Presentatie

Presentatie Congres Mobiliteitstransitie

Presentatie Congres Mobiliteitstransitie

Niek presenteerde tijdens het mobiliteitstransitie congres over de Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) en de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Wat zijn de verschillen? Waarom ontwikkelde Niek de PWE-methode na te zijn gepromoveerd op de MKBA-methode?

Kijk hier zijn presentatie terug. Voor het gemak staan hieronder de tijdsmarkeringen per onderwerp.

Tijdsmarkeringen:

00:00 Start van de presentatie

00:57 Discussie: om de mobiliteitstransitie te realiseren moeten we mobiliteitsbeleid op een andere manier beoordelen

03:23 Hoe werkt het systeem nu? Hoe bepalen we de maatschappelijke waarde van overheidsbeleid? (MKBA)

06:28 Wat verklaart het verschil in private keuzes en publieke waarden? Moeten publieke middelen en private middelen op basis van dezelfde methode worden geëvalueerd?

08:03 Wat is de oplossing? Het ontstaan van de PWE

08:17 De kern van de PWE

08:50 Voorbeeld Vervoerregio Amsterdam: projecten werden zowel met een MKBA en een PWE beoordeeld.

09:30 Verschil in resultaten: MKBA en PWE

10:00 Wat verklaart dit verschil?

10:35 Discussie: om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan blijven doen met de mobiliteitstransitie moeten we burgers actief betrekken bij het afwegen van publieke waarden

13:22 Waarom burgerparticipatie doen?

15:11 Voorbeeld burgerparticipatie bij Klimaatbeleid

Deel dit artikel

Presentatie

Presentatie resultaten tijdens Corona Data Congres

Presentatie resultaten tijdens Corona Data Congres

Niek presenteerde ons onderzoek naar coronamaatregelen tijdens het Corona Data Congres!


Afgelopen zomer hebben we onderzoek gedaan voor de gedragsunit van het RIVM naar welke coronamaatregelen de voorkeur van Nederlanders uitgaat. De resultaten van ons onderzoek zijn op verschillende manieren gebruikt en kwamen ook terug in kamerbrieven over het coronabeleid.
Afgelopen 14 februari presenteerde Niek Mouter onze onderzoeksmethode en resultaten tijdens het Corona Data Congres aan onderzoekers, beleidsmakers, politici en andere specialisten. Kijk hieronder zijn presentatie terug! Voor het gemak staan hieronder de tijdsmarkeringen per onderwerp.

Tijsmarkeringen:

0:00 – Waarom is onze onderzoeksmethode ingezet tijdens de pandemie?
1:20 – Waarom burgers betrekken bij besluitvorming?
2:08 – Hoe ziet burgerparticipatie er zonder onze methode vaak uit?
2:33 – Welke participatiebehoeftes hebben burgers?
3:13 – Hoe werkt onze PWE-methode?
5:15 – Hoe deden we ons onderzoek naar de coronamaatregelen?
7:44 – Hoe bevordert onze methode de burgerparticipatie? Wat zijn de ervaringen van deelnemers?
8:40 – Hoe analyseren we de resultaten?
9:03 – Wat waren de resultaten uit ons onderzoek voor het RIVM rondom de coronamaatregelen?
10:31 – Wat garandeert de representativiteit in onze methode?
12:40 – Hoe zorg je dat deelnemers zich gehoord voelen?

Deel dit artikel

Blog

Wat kippen in Californië zeggen over bussen in de Bijlmer

Wat kippen in Californië zeggen over bussen in de Bijlmer

In 2008 mochten inwoners van Californië naar de stembus. De inzet? Het wel of niet verbieden van één van de meest populaire producten in de supermarkt: eieren. Dezelfde mensen die de eieren kochten stemden massaal voor een verbod. Over waarom mensen andere keuzes maken in de supermarkt dan in het stemhokje.

De stemming in Californië was ingediend door een dierenwelzijnsorganisatie. Proposition 2 draaide formeel om een mogelijk verbod op het gebruik van kooien in de productie van eieren. Simpel gezegd, geen eieren meer van legbatterijkippen. Uiteindelijk stemde meer dan 63 procent van de inwoners vóór het verbod (Lusk en Norwood, 2011). Zeven jaar later trad de wet in werking.

Hoe kan het toch dat niemand voorstander is van sweatshops in Bangladesh, maar we wel goedkope sneakers blijven kopen? Hoe kan het dat niemand voorstander is van dierenmishandeling, maar kiloknallers kip onverminderd de winkel uitvliegen? 

En hoe kan het dat mensen in Californië ooit legbatterijkipeieren kochten en vervolgens stemden voor een verbod erop? 

We zijn twee wezens tegelijk 

Het zijn vragen die filosofen, economen en beleidsmakers al jaren bezighouden. 

Het antwoord is simpel. We zijn allemaal een beetje tegenstrijdig. Een behoorlijk beetje zelfs. Anders gezegd, de meeste van ons hebben twee wezens in ons: een consument en een burger. En toch blijkt dit onderscheid maar heel moeilijk door te dringen in de belangrijkste besluiten die onze overheid neemt. Maar daarover later meer.

Eerst, als we zeggen dat we zowel ‘consument’ als ‘burger’ kunnen zijn, wat bedoelen we dan? 

De consument in elk mens neemt de beslissingen over diens eigen middelen. Dat zijn bijvoorbeeld je geld en je tijd. Die zou je zomaar kunnen besteden aan het kopen van melk (wel/niet biologisch), het kiezen van een route naar je werk (wel/niet de snelle sluiproute), of het kopen van een huis (wel/niet in de buurt van een lawaaiige spoorlijn). Bij deze keuzes volgen we typisch vooral ons eigenbelang of dat van onze directe naasten. 

Maar elk mens maakt ook beslissingen als burger. De burger in jou maakt de keuzes die gaan over onze samenleving, die ook jouw mede-Nederlanders aangaan. Het zijn de keuzes die je maakt in het stemhokje voor de Tweede Kamerverkiezingen. Op inspraakavonden van je gemeente. Maar ook een gesprek met vrienden over de politiek in Den Haag voer je als ‘burger’. Het zijn jouw voorkeuren die gaan over wat de overheid moet doen.

Terug naar de kippen: is dat verschil er echt? 

Ja, dat verschil is er echt. En het betekent dat elk mens ogenschijnlijk tegenstrijdige keuzes kan maken. Dat illustreert de stemming in Californië. 

Het Californische kip-voorbeeld toont wat economen een ‘collectief actieprobleem’ noemen. Neem een publiek goed zoals schone lucht of dierenwelzijn. Mensen kunnen niet bereid zijn om individueel bij te dragen hieraan, omdat zij denken dat het effect van hun individuele bijdrage verwaarloosbaar is. Dit is een keuze in de privésfeer, als consument.

Maar mensen kunnen wel bereid zijn om bij te dragen wanneer de hele gemeenschap dat doet. Bijvoorbeeld via een nieuwe wet of een belastingverhoging. Het effect van deze gecoördineerde, collectieve bijdrage kan namelijk substantieel zijn (Lusk en Norwood, 2011; Sen, 1995). Dit is de keuze als burger.

Dus toen een inwoner van Californië in 2008 in de supermarkt stond om eieren te kopen, kon deze zichzelf als individuele consument gemakkelijk wijsmaken dat zijn keuze geen consequenties zou hebben voor de leefomstandigheden van dieren. Een pakje (dure!) biologische eieren is immers een druppel op een gloeiende plaat.  

Maar als deze zelfde inwoner later die dag in het stemhokje staat om eieren van legbatterijkippen te verbieden, dan kan die opeens vóór zijn. In een collectieve situatie vallen keuzes vaak anders uit.

Wij Nederlanders zijn ook burger én consument 

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de inwoners van Californië. Ook wij Nederlanders wisselen zonder dat we het door hebben tussen deze rollen. In Amsterdam hebben onderzoekers van onder andere de Vrije Universiteit en de TU Delft bijvoorbeeld een interessant onderzoek gedaan waaruit het verschil duidelijk naar voren kwam (Mouter et al., 2021).  

De Vervoerregio Amsterdam wilde investeren in een aantal projecten die de mobiliteit zouden verbeteren. Er stonden zestien projecten op de lijst. Denk aan een nieuwe busverbinding tussen IJburg en Bijlmer Arena. Of een nieuwe fly-over voor auto’s op de ringweg A10. Maar ook veiligheidsonderwijs voor kinderen. Allemaal relevante investeringen. 

Maar niet alles kan tegelijk. Budget, materialen en mensen zijn beperkt. De Vervoerregio moest kiezen. Voor alle zestien verschillende projecten is daarom vooraf een inschatting gemaakt wat de kosten en baten zouden zijn. Daarmee kon de Vervoerregio de projecten kiezen die de meeste maatschappelijke waarde zouden opleveren voor de mensen in en rond Amsterdam. Overheden in Nederland doen dit standaard bij de meeste grote projecten. Daarvoor gebruiken zij bijna altijd de ‘maatschappelijke kosten-batenanalyse’, vaak afgekort tot MKBA. 

Maar in Amsterdam gebeurde iets bijzonders. Samen met de wetenschappers heeft de Vervoerregio dat niet alleen op deze standaard manier gedaan, maar ook met een nieuwe, innovatieve methode. 

De consument kiest de auto  

De standaard manier (de MKBA dus) meet de voorkeuren en waardes van de Nederlandse consument. Een typisch voorbeeld: de gemiddelde consument is bereid om 9,55 euro te betalen voor een uur minder reistijd. Stel dat een fly-over op de A10 elke dag drie minuten minder reistijd betekent voor duizend automobilisten, dan kan je het rekensommetje maken wat die investering oplevert. 

Dit soort eurogetallen bestaan ook voor lawaai (een kostenpost van 345 miljoen euro per jaar voor alle benzineauto’s in Nederland), luchtvervuiling (10.600 euro voor elke ton stikstofoxiden NOx van een auto) en vele andere effecten. (Waaronder ook de prijs van een mensenleven.)

Volgens de MKBA vond de consument in de Vervoerregio Amsterdam uit de zestien projecten drie projecten het meest interessant: een kortere verbinding in Amsterdam-Oost bij de Middenweg, een snellere verbinding op een provinciale weg in Zaandam, en de genoemde fly-over op de A10. Alle drie projecten voor auto’s. De grootste winst van deze projecten is een paar minuutjes minder reistijd elke dag. Althans, voor degene die een auto hebben. 

Maar wat vindt de burger? 

De tweede methode deed het anders. De ‘participatieve waarde evaluatie’ (PWE) stelde mensen uit de regio de vraag: ‘De Vervoerregio Amsterdam moet uit deze zestien projecten kiezen. Wat zou jij binnen het budget adviseren?’ Let op dat mensen nog steeds kunnen kiezen voor de projecten die hun het grootste eigenbelang opleveren (‘als consument’), maar dat ze nu ook kunnen kiezen voor de projecten die voor de regio als geheel het beste voelen (‘als burger’). 

Dat laatste bleken ze overweldigend vaak te doen. Nu waren de drie meest populaire projecten opeens allemaal projecten die bijdroegen aan het collectieve belang: een autotunnel bij het Vondelpark (met name bedoeld voor de verkeersveiligheid), een voetgangerstunnel in Ilpendam (idem), en verkeersveiligheidsonderwijs voor kinderen (wederom, voor veiligheid). 

Oftewel, als je niet de vraag stelt ‘wat zou jij als consument fijn vinden’ maar ‘wat zou de overheid moeten doen’, dan krijg je andere antwoorden. 

Overheid, vraag het de burger 

Hoewel het tegenstrijdig klinkt kan een mens dus gelijktijdig tegen kinderarbeid zijn (als burger), maar wel goedkope schoenen kopen (als consument). 

Een individu kan tegelijkertijd niet willen betalen voor een natuurproject, maar toch vinden dat de overheid dit natuurproject moet financieren met belastinggeld. Want beheer van natuur kan iemand een belangrijke overheidstaak vinden.  

Een individu kan zijn maandelijkse salaris vooral willen besteden aan tijdwinst, cadeautjes en vakanties, terwijl hetzelfde individu vindt dat de overheid belastinggeld vooral moet besteden aan natuur, schone lucht en veiligheid. 

De vraag is: wie moet de overheid volgen? De Nederlandse consument of de Nederlandse burger? 

Voor beleidsmakers en politici is een centrale conclusie dat zij zich niet blind moeten staren op het gedrag van mensen in de supermarkt, de woningmarkt, of elders in de private sfeer. De Nederlander is niet alleen een consument. De Nederlander is meer dan alleen een ‘klant van de overheid’. En een politicus moet meer zijn dan een supermarktmanager. Om precies dezelfde reden moeten we ook niet uitsluitend de MKBA volgen die de voorkeuren van de Nederlander als consument meet. 

Beleidsmakers en politici, vraag ook wat de Nederlander als burger wil. Betrek de burger bij de afweging rondom belangrijke publieke investeringen. Het heet burgerparticipatie, niet consumentenparticipatie. Dat leidt niet alleen tot inzicht in de voorkeuren van Nederlanders, maar ook tot nieuwe ideeën en meer acceptatie voor de uiteindelijke keuze. Maar daarover meer in een volgend artikel. 

Onze bronnen 

Wij zijn onderzoekers van wat mensen willen. Lees meer over de bovengenoemde studies: 

Lusk, J.L., Norwood, F.B., 2011. Animal Welfare Economics. Applied Economic Perspectives and Policy 33 (4), 463-483. 

Mouter, N., Koster, P., Dekker, T., 2021. Contrasting the recommendations of Participatory value evaluation and cost-benefit analysis in the context of urban mobility investments. Transportation Research Part A 144, 54-73.  

Sen, A., 1995. Environmental Evaluation and Social Choice: Contingent Valuation and the Market Analogy. The Japanese Economic Review 46 (1), 23-37. 

Deel dit artikel

Nieuws

Nieuwe collega’s: Welkom Charlotte Tuit, Tim Poppe, Mart van de Ven en Mark Beumer!

Nieuwe collega’s: Welkom Charlotte Tuit, Tim Poppe, Mart van de Ven en Mark Beumer!

We merken dat burgerparticipatie een steeds grotere rol krijgt bij politieke besluitvorming. En, dat de overheid steeds vaker kiest voor de Participatieve Waarde Evaluatie om burgerparticipatie te faciliteren. Zowel bij besluiten over klimaat en energie als bij besluiten binnen de zorg. Daarnaast wordt de PWE-methode ook steeds vaker ingezet bij andere vraagstukken zoals beleid rond zondagsrust en defensie en zien we mogelijkheden besluitvormers te helpen met bijvoorbeeld migratievraagstukken. Supertof! Om dit allemaal te kunnen aanpakken, is het alweer tijd voor een teamuitbreiding! Hieronder een kleine introductie. 

Als eerst verwelkomen we Charlotte terug na haar afstudeerstage. Ze deed onderzoek naar de gezichtsvaliditeit van de PWE en mag haar resultaten binnenkort presenteren en haar ingenieurstitel ophalen. We zijn hartstikke trots op haar en ook ontzettend blij dat ze nu bij ons blijft en aan de slag gaat als onderzoeker! 

Tim doet de studie Complex Systems Engineering and Management aan TU Delft en zal de aankomende maanden aan de slag gaan als stagiair. Tim zei over zijn keuze voor Populytics als stageplek: “Het is een relatief klein bedrijf maar de opdrachten die jullie uitvoeren hebben een significante impact op de maatschappij. PWE is een methode die meermaals in college is behandeld en het trok mijn aandacht om meer te weten te komen over hoe burgers worden betrokken rondom de besluitvorming over complexe vraagstukken.” 

Mart doet de studie Engineering and Policy Analysis en loopt zijn afstudeerstage bij ons. Tijdens zijn stage gaat hij zich focussen op het verwerken van zeer complexe en grote vraagstukken in een behapbare PWE. Hierbij kijkt hij onder andere naar de rol die experts daarin spelen. Zelf zegt hij over de aankomende periode: “Ik heb veel zin om in een toegankelijk, open en jong bedrijf aan de slag te gaan. Het geeft mij ondersteuning én toegang tot veel kennis die ik goed kan gebruiken in mijn thesis. In de PWE’s zie ik veel toekomst, en ik ben dan ook trots dat ik daar mijn steentje aan bij mag gaan dragen. 

Als laatste verwelkomen we ook Mark. Hij zal de functie van onderzoeker en communicatiespecialist op zich nemen. Met Mark diversifiëren de achtergronden van ons team verder. Hij studeerde Logica waar hij heeft berekend hoeveel oneindig plus 1 is (voor meer informatie hierover toch echt Mark zelf vragen 😉). Ook won hij als laatste Nederlander het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Allebei behoorlijke prestaties! Hij heeft ook een achtergrond in duurzaamheid. Zo heeft hij zich de afgelopen tien jaar ingezet voor een duurzame en circulaire wereld. Daarbij presenteerde hij bij BNR Nieuwsradio jarenlang het duurzaamheidsnieuws.  

Ook bij ons werken? Bekijk onze vacatures.

Deel dit artikel

Meer nieuws

Nieuws

Vijf redenen om een burgerforum te combineren met een Participatieve Waarde Evaluatie

Vijf redenen om een burgerforum te combineren met een Participatieve Waarde Evaluatie

Op 4 juli maakte minister Rob Jetten bekend dat het kabinet in het voorjaar van 2023 een nationaal burgerforum wil organiseren over klimaatbeleid. In een kamerbrief over hoe de contouren van het nationale energiesysteem eruit komen te zien gaf hij aan dat hij wil verkennen of een burgerforum onderdeel kan uitmaken van het proces om te komen tot een beeld van het energiesysteem in 2050. In dezelfde kamerbrief gaf minister Jetten aan dat het Kabinet burgers invloed wil geven op de invulling van het nationaal plan energiesysteem en het Programma Energiehoofdstructuur via een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen deze instrumenten en wat zijn de redenen om ze combineren? Dat beantwoorden we in deze blog.  

Burgerparticipatie: waarom eigenlijk? 

Het is voor beleidsmakers steeds belangrijker om burgers te betrekken bij beleidsvraagstukken. De samenleving bestaat in toenemende mate uit geïnteresseerde en zelfstandige burgers die zichzelf via allerlei kanalen informeren en uitspreken over wat er in hun omgeving speelt (Hajer, 2011). Deze burgers willen gehoord worden, met name als beleid hun leefomgeving raakt. Het negeren van deze betrokken burgers leidt tot weerstand. Zorgvuldige en goed doordachte burgerparticipatie kan daarentegen leiden tot draagvlak, acceptatie, legitimiteit en sterker vertrouwen in de overheid. Bovendien leidt participatie tot betere besluiten, want burgers kunnen kennis inbrengen die nieuw is voor experts. Als er geen inspraakmogelijkheden zijn kan deze kennis over het hoofd worden gezien.  

Het burgerforum (ook wel genoemd het burgerberaad)  

Een manier om inspraak van burgers te organiseren is door middel van een burgerforum (dat ook wel een burgerberaad wordt genoemd). Een burgerforum houdt in dat een kleine groep burgers (meestal tussen de 100 en 150) meerdere keren samenkomt om een beleidsvraagstuk te bespreken. Deelnemers krijgen informatie over de beleidskeuzes van experts en vormen een mening door middel van discussies met andere burgers. Na afloop schrijven de deelnemers gezamenlijk een beleidsadvies.  

Voordelen van een burgerforum  

  • Deelnemers kunnen onderling delibereren over verschillende beleidsopties en standpunten. De dialoog kan ervoor zorgen dat deelnemers meer begrip krijgen voor andere opvattingen. Het draagt ook bij aan het vinden van overeenstemming tussen de burgers die in eerste instantie tegenover elkaar staan.  
  • Mensen die meedoen aan een burgerberaad hebben veel motivatie en willen zich vaak dieper inlezen. Ze hebben veel tijd over voor het helpen met het maken van het besluit. 
  • Een burgerberaad kan knopen doorhakken waardoor de politiek uit een impasse kan komen. 

PWE: laagdrempelige participatie voor het stille midden 

Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een methode die gebruikt kan worden om te achterhalen hoe een grote en diverse groep burgers verschillende publieke waarden wegen. En, hoe zij vinden dat waarden concreet moeten worden vertaald in beleid. PWE werd eerder ingezet om burgers te betrekken bij het evalueren van klimaatmaatregelen: de ‘Klimaatraadpleging’, coronabeleid en luchtvaartbeleid. De essentie van een PWE is dat een keuzesituatie van een overheid zo goed mogelijk wordt nagebootst waardoor burgers het dilemma kunnen doorleven. Op een laagdrempelige manier zien burgers het vraagstuk en ze krijgen een overzicht van de gevolgen van de beleidsopties. Ook krijgen ze inzicht in de beperkingen die er zijn (bijv. beperkt budget of het terugdringen van een bepaalde hoeveelheid CO2). Vervolgens geven burgers een advies inclusief een onderbouwing. Dit levert een scherp beeld op van: 

  • Welke beleidsopties breed worden geaccepteerd  
  • Hoe voorkeuren verschillen tussen groepen burgers en hoe dit kan worden verklaard 
  • Welke waarden verschillende groepen burgers delen 
  • Hoe waarden volgens burgers moeten worden vertaald in beleid 
  • Welke zorgen er achter weerstand tegen beleidsopties zitten 

Voordelen van een PWE-raadpleging  

  • Het is een efficiënte en laagdrempeligere manier om burgerparticipatie te organiseren. Gemiddeld kost het invullen van een PWE zo’n 20 tot 30 minuten. De laagdrempeligheid van PWE maakt het een waardevolle participatiemethode om een grote en diverse groep burgers te betrekken bij een beleidsvraagstuk. Aan een PWE over Nederlands klimaatbeleid deden bijvoorbeeld meer dan 10.000 burgers mee. 75% – 85% van de deelnemers aan PWEs vindt dat de overheid de methode vaker moet inzetten om hen te betrekken bij beleidskeuzes. 
  • PWE sluit goed aan bij de participatiebehoeften van het stille midden. Deze groep vindt opiniepeilingen en referenda te ongenuanceerd, omdat politieke keuzes worden platgeslagen tot een ‘JA/NEE keuze’. Tegelijkertijd vinden leden van het stille midden het vaak niet de moeite waard om mee te doen aan intensieve participatievormen als een bewonersavond of een burgerforum. Een PWE is een tussenvorm die burgers de kans geeft om beleidsopties in samenhang te beoordelen. En, burgers kunnen hun voorkeuren motiveren, nuanceren en eigen ideeën aandragen. 60% van de deelnemers in een PWE rond Schiphol gaf aan nog nooit hun mening te hebben gegeven aan de overheid of aan Schiphol.  
  • Burgers ervaren de overheid soms als een black box die besluiten produceert. Steeds meer burgers willen weten welke afwegingen, opties en dilemma’s aan deze besluiten voorafgaan. Doordat burgers in de PWE als het ware in de schoenen van de besluitvormer staan, krijgen zij meer begrip van en voor (de complexiteit van) de keuzes die een bestuurder moet maken en de dilemma’s waar bestuurders voor staan. Aan de andere kant vergroten de uitkomsten van een PWE het begrip bij beleidsmakers voor waarden, zorgen en gevoelens van (on)rechtvaardigheid van burgers. Deze inzichten geven beleidsmakers de kans om hun plannen te verbeteren. 
  • Een PWE levert concrete handelingsperspectieven op voor besluitvormers. De uitkomsten stellen besluitvormers in staat om met zelfvertrouwen keuzes te maken. 

Zes redenen om een PWE en een burgerforum te combineren 

De Participatieve Waarde Evaluatie en het burgerforum hebben allebei hun sterke punten. In de praktijk (in Sudwest-Fryslan, Gelderland en Foodvalley) worden beide instrumenten in samenhang toegepast omdat ze elkaar om zes redenen kunnen versterken.  

1) Leden van het burgerforum willen hun medeburgers goed vertegenwoordigen 

Onze ervaring is dat de meeste leden van een burgerforum de behoefte hebben om hun advies mede te baseren op voorkeuren van medeburgers​. Ze nemen hun taak serieus en willen graag dat hun advies goed aansluit bij de waarden en voorkeuren van de samenleving. In de burgerfora in Ierland en Frankrijk rond klimaatbeleid is ervoor gekozen om burgers de mogelijkheid te geven om een advies te schrijven voor het burgerforum. 3.400 Fransen en 1.200 Ieren schreven een advies aan deze klimaatburgerfora. Maar kan je van de leden van een burgerforum verwachten dat zij deze adviezen allemaal gaan lezen? Ze hebben het al druk met de experts die op bezoek komen en het overleg dat ze met elkaar hebben. Uit de praktijk blijkt dat deze adviezen niet of nauwelijks worden gelezen. Onafhankelijke observatoren van het Franse burgerforum noemden daarom het betrekken van het algemene publiek via het schrijven van brieven ‘zinloos’. Het is daarom belangrijk om gestructureerd informatie op te halen over waarden, voorkeuren en zorgen van burgers en de PWE is een uitermate geschikt instrument hiervoor. Een PWE haalt gestructureerd input op omdat deelnemers vanuit eenzelfde kader een advies geven waardoor de adviezen goed samen te vatten zijn voor het burgerforum. In Sudwest-Fryslan en Foodvalley haalden we met een PWE op een gestructureerde manier input op bij het algemene publiek en de input was heel bruikbaar voor de leden van het burgerforum. De leden van het burgerforum waren blij dat ze met een stevige basis konden beginnen.  

2) Burgers die niet ingeloot zijn in het burgerforum kunnen ook meedenken 

Uit een PWE die we recentelijk uitvoerden over het betrekken van burgers bij de besluitvorming rond Schiphol volgde dat 30% van de deelnemers zelf betrokken wil worden bij besluiten van de overheid die veel effect hebben op hun dagelijks leven. Niet alle Nederlanders vinden het prima als zij alleen betrokken worden via een vertegenwoordiger (de leden van een burgerforum, een bewonersvertegenwoordiger of een volksvertegenwoordiger). Veel Nederlanders willen graag persoonlijk mee te kunnen denken. Als je burgers niet op een zorgvuldige manier betrekt bij besluiten over windparken, verleggen van vluchtroutes, plaatsen van AZCs etc., dan zal een groep burgers dit als zeer onrechtvaardig ervaren omdat ze niet konden meedenken over oplossingen, alternatieven, afwegingen etc. Dit leidt tot gevoelens van machteloosheid en protest. Het vertrouwen in de overheid krijgt een klap. Een burgerforum voorziet beperkt in deze behoefte, omdat maar een beperkt aantal mensen kan meedoen aan een burgerforum. Maar als je een PWE combineert met een burgerforum los je dit op. Een PWE sluit duidelijk aan op de participatiebehoeften van burgers gezien het grote aantal deelnemers aan de PWEs rond klimaatbeleid en coronabeleid 

3) Hoger percentage laagopgeleiden schrijft zich in voor het burgerforum bij combinatie met een PWE 

Een kritiekpunt op burgerfora is dat de groep deelnemers niet representatief is voor de samenleving. In G1000 trajecten in Amersfoort, Kruiskamp en Groningen was het aandeel deelnemers dat hoger opgeleid was respectievelijk 77%, 85% en 77% (Binnema & Michels, 2016). Een duidelijke oververtegenwoordiging aangezien slechts zo’n 30% van de Nederlanders hoger opgeleid is. Er werden bij het Amsterdamse mini-burgerberaad ook vraagtekens gezet bij de representativiteit van de deelnemers. Zo schreef journalist van Zoelen van het Parool: “Verder is het nog de vraag hoe representatief het burgerberaad was. De deelnemers waren weliswaar geselecteerd door loting onder alle Amsterdammers, maar lang niet iedereen ging op de uitnodiging in. Niet alle bevolkingsgroepen waren daardoor even goed vertegenwoordigd, erkent Brenninkmeijer. “De mix had diverser gekund.” Je kunt niet zeggen dat een foto van het burgerberaad één op één overeenkomt met een dwarsdoorsnede van de bevolking van Amsterdam.” Journalist van Bemmel van de Volkskrant maakte de volgende observaties: “De vraagt dringt zich op: hoe representatief is de groep die zulke grote beslissingen mag nemen? Bekijk de venstertjes tijdens een Zoomsessie met 107 deelnemers en je ziet slechts een enkele Amsterdammer met een kleurtje.”  

Waarom is het moeilijk om ervoor te zorgen dat de deelnemers aan een burgerforum een representatieve afspiegeling vormen van de samenleving? Een mogelijke verklaring is dat ontwerpers van een burgerforum vaak zelf hoogopgeleid zijn en kiezen voor een ontwerp dat goed aansluit bij hun eigen behoeften. Wanneer je bijvoorbeeld een burgerforum veel autonomie geeft om de vraag te bepalen of kiest voor een brede en abstracte vraagstelling zoals het ontwerpen van het hele klimaatbeleid van een gemeente of zelfs van een land, dan sluit dit aan bij de behoeften van hoogopgeleide burgers die goed abstract kunnen denken en om kunnen gaan met autonomie. Een tweede verklaring komt van Christine Bleijenberg van de Haagse Hogeschool. Een uitnodiging voor een burgerforum vergelijkt zij met een uitnodiging voor een feestje waar je niemand kent en waar je de gastheer (de overheid) niet kent en misschien zelfs slechte ervaringen mee hebt. Mensen met veel vertrouwen in de overheid en kennis over hoe de overheid werkt (vaak hoogopgeleiden) zullen eerder op een uitnodiging ingaan. De Belgische onderzoeker Jacquet (2017) laat zien dat een reden die burgers noemen om niet mee te doen aan een burgerforum is dat sommige mensen zich niet prettig voelen bij het idee om met vreemden te praten over thema’s waar je misschien sterk van mening over kunt verschillen. 

In Gelderland hebben we ervoor gekozen om eerst een PWE raadpleging te doen. Aan het eind van de raadpleging kunnen mensen zich inschrijven voor het burgerforum. We zien dat het aantal laagopgeleide inschrijvers hoog ligt. Hoe dit precies komt weten we niet. Een mogelijke verklaring is dat laagopgeleide burgers hun deelname aan de PWE positief beoordelen. Ze vinden het een fijne manier om hun voorkeuren door te geven. Een andere mogelijke reden kan zijn dat de uitnodiging voor het feestje al vertrouwder is geworden, want je komt burgers tegen die net als jij aan de raadpleging hebben deelgenomen. Een derde mogelijke reden kan zijn dat mensen al 20 minuten hebben meegedaan aan een raadpleging. Omdat men al tijd heeft geïnvesteerd is de neiging mogelijk groter om dan ook mee te doen aan de tweede stap in het participatietraject: het burgerforum. 

4) Politici hebben meer vertrouwen in een participatietraject waarin de bevolking in brede zin op een zorgvuldige manier mee kan doen. 

In de praktijk hebben politici verschillende twijfels bij de mate waarin zij de aanbevelingen van een burgerforum moeten vertrouwen. Bij veel burgerfora zijn hoogopgeleiden oververtegenwoordigd. Zijn de uitkomsten van zo’n traject dan wel representatief genoeg? Uit de literatuur volgt dat dat experts, organisatoren en lobbyisten een enorme invloed kunnen hebben op de aanbevelingen van een burgerforum. Hierdoor vragen politici zich af of er bij het burgerforum waar zij een advies van krijgen ook sprake is geweest van ongewenste beïnvloeding. Uit de literatuur volgt dat ook burgers twijfelen aan de legitimiteit van een burgerforum. Uit onderzoek van den Ridder et al. (2021) blijkt dat 20% van de Nederlanders voorstander is van een democratie waarbij zoveel mogelijk beslissingen worden genomen na advies van een burgerforum. 25% van de deelnemers vindt dat een burgerforum een goed oordeel kan vellen over politieke besluiten en 27% vindt dat de politiek adviezen van een burgerforum moet overnemen. Uit een eerder onderzoek volgt dat 5% – 10% van de Nederlanders loting als basis van een democratie ondersteunt (Jacobs, 2017).  

Uit een evaluatie van het participatietraject in Súdwest-Fryslân bleek dat politici de aanbevelingen meer vertrouwden omdat deze mede waren gebaseerd op een PWE raadpleging waar een groot aantal burgers aan had meegedaan. Jacobs (2021) geeft ook aan dat online tools niet alleen een laagdrempelige manier zijn om input te verkrijgen van de bredere samenleving, maar dat ze daarnaast een uitstekende manier zijn om de legitimiteit van een burgerforum te verhogen, omdat ze de brede Nederlandse bevolking de kans geven om input te geven. Jacobs wijst op IJsland waar een combinatie van een burgerforum met online tools werd gebruikt om te zorgen voor een proces dat breed gedragen wordt.  

5) Een PWE hakt geen knopen door, een burgerforum wel 

Een PWE beschrijft de voorkeuren, waarden en zorgen van verschillende groepen burgers. Dit levert voor politici informatie op over de beleidsopties die wel en niet wenselijk worden gevonden door burgers en waarom dit het geval is. De onderzoekers stellen daarbij (gemeenschappelijke) waarden vast en hoe deze waarden volgens burgers moeten worden vertaald in beleid. Maar de onderzoekers hakken geen knopen door voor beleidsmakers. Een sterk punt van een burgerforum is dat knopen kunnen worden doorgehakt waar politici dit niet lukt. Burgers luisteren naar elkaars meningen en proberen (mede op basis van de uitkomsten van de PWE) tot overeenstemming te komen. Een goed voorbeeld zijn de Ierse burgerforum over het homohuwelijk en abortus. Langs de gebruikelijke politieke weg kon er geen oplossing worden gevonden omdat politici geen stap wilden nemen uit angst voor gezichtsverlies. Een burgerforum zorgde hier voor een doorbraak. 

6) De PWE zorgt ervoor dat beleidsmakers alvast kunnen nadenken hoe de input van burgers kan worden gebruikt nog voordat de aanbevelingen van het burgerforum bekend zijn

Een risico van participatietrajecten in het algemeen en burgerfora in het bijzonder is dat er uiteindelijk niets met de uitkomsten wordt gedaan door de politiek en beleidsmakers. De teleurstelling is dan groot. Leden van het burgerforum hebben veel tijd geïnvesteerd om aanbevelingen te formuleren en ze hebben het gevoel dat dit voor niets is geweest. Een logische verklaring dat dit toch nog gebeurt is dat beleidsmakers de tijd nodig hebben om na te denken over hoe aanbevelingen van burgerfora kunnen worden verwerkt in beleid. Als er onvoldoende urgentie is, of een onverwachte ontwikkeling (een crisis of verkiezingen), dan kan de opvolging van de aanbeveling van het burgerforum verwateren. Het voordeel van een voorbereidende PWE is dat het eindrapport al een aantal concrete eindresultaten van burgerinput oplevert nog voordat de uitkomsten van het burgerforum bekend zijn. Dit stelt beleidsmakers in staat om al in een vroeg stadium na te denken over eventuele beleidsaanpassingen die zouden kunnen volgen uit het burgerforum.

Literatuur 

Boogaard, G & Michels, A. (2016). G1000. Ervaringen met burgerfora. Den Haag: Boom Bestuurskunde. 

Den Ridder, J., Fiselier, T., van Ham, C., 2021. Draagvlak voor het burgerforum. Een verkenning van de Nederlandse publieke opinie. Radboud Universiteit Nijmegen.

Hajer, M. (2011). The Energetic Society. In search of a governance philosophy for a clean economy. PBL Netherlands Environmental Assessment Agency. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/Energetic_society_WEB.pdf 

Jacobs, K. (2017). Referenda en andere institutionele hervormingen. In: Van der Meer, T., Van der Kolk, H. en Rekker, R. (red.) Aanhoudend wisselvallig. Nationaal Kiezersonderzoek 2017. https://kennisopenbaarbestuur.nl/media/256288/aanhoudend-wisselvallig-nko-2017.pdf.

Jacobs, K. (2021). Hoe waarborg je representativiteit en inclusiviteit bij het inrichten van een burgerforum. Essay in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.  

Jacquet, Vincent (2017). Explaining non-participation in deliberative mini-publics. European Journal of 

Political Research 563: 640–59. 

Deel dit artikel

Meer nieuws

Blog

Hoe zorg je ervoor dat jongeren meedoen met burgerparticipatie? 

Hoe zorg je ervoor dat jongeren meedoen met burgerparticipatie? 

“Ik zat laatst bij een bijeenkomst. Daar zaten oudere mensen met de leeftijd van mijn oma, en die kunnen heel lang over één onderwerp doorgaan. Ik denk dan altijd: als je iets hebt gezegd, dan hoef je dat niet nog vijf keer te zeggen. Ik was bij die bijeenkomst toen helemaal afgehaakt en dat vond ik echt zonde van mijn tijd”. 

 

Jongeren zijn structureel ondervertegenwoordigd tijdens burgerparticipatie projecten. Dat is lastig, want hun mening willen we natuurlijk ook graag horen en meenemen bij het maken van besluiten. Zeker als het gaat over beleidsbeslissingen die grote invloed hebben op hun toekomst zoals klimaatbeleid. Iedereen die met burgerparticipatie werkt wil daarom graag dat ook jongeren meedoen aan hun bewonersavonden, focusgroepen, burgerberaden, Participatieve Waarde Evaluaties, enzovoorts. Maar willen jongeren dit ook? Ja. Dat is het simpele, maar ook duidelijke antwoord. Waarom is het dan zo lastig om ze daadwerkelijk mee te laten doen? Wat gaat er mis? En wat werkt dan wel voor jongeren? Dat is precies wat we hebben onderzocht.  

Tijdens een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) raadpleging over burgerparticipatie rondom Schiphol kwam er een bijzonder resultaat naar voren. Juist de jongeren gaven in vergelijking met ouderen relatief vaak aan dat ze geneigd zijn om te participeren via bijeenkomsten. Dit lijkt niet in lijn met de dagelijkse realiteit die wij kennen. Ook uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat jongeren vaak ondervertegenwoordigd in burgerparticipatie trajecten. Daarom besloten we dit verder te onderzoeken en uit te diepen met focusgroepen met jongeren (tot 35 jaar). Onze centrale vraag was hierbij: hoe kan het gat tussen intentie en gedrag worden gedicht door het format van bijeenkomsten en hoe kunnen de onderwerpen die besproken worden meer aansluiten op de wensen van jongeren? 

De inzichten in het kort 

Uit de bijeenkomst haalden we een aantal inzichten:  

  • Jongeren willen duidelijke communicatie over de bijeenkomst 
  • De motivatie van jongeren om mee te doen verschilt en sommige jongeren hebben meerdere motivaties. Veel genoemde motivaties zijn in ieder geval: 
  • De behoefte om te leren 
  • De behoefte om mee te denken en praten over (het oplossen van) problemen
  • De organisatie van de bijeenkomst moet duidelijk, gestructureerd en actief zijn 
  • Jongeren willen waardering voelen voor hun bijdrage tijdens én na de bijeenkomst 
  • De bijeenkomsten moeten laagdrempelig zijn 

Jongeren willen duidelijke communicatie over de bijeenkomst 

Meerdere malen werd er door jongeren gezegd dat ze niet komen naar een bijeenkomst als er niet goed over het programma wordt gecommuniceerd. Hierover wordt bijvoorbeeld gezegd: “Ik denk dat het voor ons jongeren belangrijk is dat je erbovenop zit in de communicatie. Niet alleen een eerste uitnodiging, maar ook op de dag zelf nog even een herinnering.” Dit blijkt voornamelijk te komen door hun drukke en soms chaotische (sociale) levens.  

“Als ik een kleine reminder krijg dan is dat een opfrisser en denk ik ‘oh ja hier heb ik al wat staan’. Dan plan ik andere afspraken die opkomen daar omheen. Zonder herinnering zou ik misschien een dubbele afspraak inplannen en dan vind ik zo’n bijeenkomst uiteindelijk waarschijnlijk toch minder belangrijk.”   

 

Hoe vaak ze een herinnering willen ontvangen verschilt onder de jongeren. De optie om herinneringen aan of uit te zetten werd daarom geopperd als manier om aan de verschillende behoeften te voldoen. 

Naast de praktische zaken is het van belang het onderwerp van de bijeenkomst in de communicatie voldoende toe te lichten. Meerdere deelnemers geven aan dat jongeren zullen afhaken als er van tevoren niet genoeg informatie beschikbaar is over het onderwerp van de bijeenkomst. 

De behoefte om te leren en de behoefte om invloed te hebben op het oplossen van problemen

Tijdens de gesprekken kwamen twee duidelijke behoeftes naar voren onder de jongeren. Sommige jongeren worden door beide behoeften gedreven, anderen door één van de twee.

De behoefte om te leren  

Een belangrijke drijfveer van jongeren om mee te doen aan burgerparticipatie is om te leren. Jongeren met een leerbehoefte ontvangen vaak vooraf, maar ook gedurende de bijeenkomst graag informatie, al verschilt de manier waarop. Het krijgen van kennis over een onderwerp zien jongeren ook als middel om beter te kunnen deelnemen aan bijeenkomsten. Jongeren die aangeven dat ze het spannend vinden om hun mening te delen voor een grote groep als ze niet veel van een onderwerp af weten, willen graag aan de hand genomen worden. Of hebben behoefte om achteraf meer verdieping of informatie te krijgen. 

Deelnemer: “Het is makkelijk als je meer informatie hebt. Anders vind ik het moeilijk om mee te doen met een discussie. Als de mensen om mij heen veel meer weten kan ik niet goed meepraten over wat het onderwerp is en dan val ik stil.” Moderator: “Hoe zou je jou dan kunnen betrekken?”
Deelnemer: “Door na afloop [van de discussie] er verder over te praten om wat meer informatie te krijgen.”  

Voor jongeren die minder moeite hebben met spreken is dit minder van belang. Toch waarderen zij ook een goede begeleiding zodat ze zoveel mogelijk kunnen leren, bijvoorbeeld via experts die de discussie naar een hoger niveau brengen.  

“Ik ben persoonlijk heel leergierig, dus ik vind het interessant om te leren over wat experts te zeggen hebben over het onderwerp. Die kan als een soort van leraar mensen voorlichten. Ik heb het gevoel dat mensen heel veel dingen kwijt willen door wat ze hebben gelezen op social media, maar dat is niet de hele picture. Ik denk dat een expert wat er mist kan invullen”.  Deelnemer 2: “Dat vind ik ook. Vaak roepen mensen dingen maar dan weet je niet of je daar wat mee kan, wie er gelijk heeft. Het zou fijn zijn als er een expert bij is voor als je er samen niet uitkomt. Die de plus en minpunten benoemt zodat de discussie daarna weer verder kan.”  – Deelnemer 1

 

De behoefte om mee te denken en praten over (het oplossen van) problemen  

Een tweede drijfveer voor jongeren om mee te doen aan burgerparticipatie is dat ze problemen willen oplossen. Er valt een onderscheid te maken in het type problemen die ze willen aanpakken. Voor sommigen zijn dit problemen die in hun eigen leefomgeving spelen. Zij willen hun eigen belang vertegenwoordigen op een bijeenkomst. Wanneer dit zo is zijn ze ook minder geneigd een bijeenkomst toch af te zeggen. 

Er zijn ook jongeren die vooral zijn gemotiveerd om maatschappelijke problemen aan te pakken. Deze hoeven ze niet per se zelf te ervaren en hun eigen belang vertegenwoordigen speelt hier dus ook minder een rol. 

De organisatie van de bijeenkomst moet duidelijk, gestructureerd en actief zijn 

Het belang van een goede begeleiding tijdens de bijeenkomst is cruciaal voor de jongeren. Een passieve begeleiding van de avond en discussies is een van de meest genoemde redenen dat jongeren aangeven om niet (terug) te komen naar een bijeenkomst. Het structureren van de activiteiten en onderwerpen van de avond en het actief begeleiden van de discussie staat hierbij centraal. De jongeren geven aan vooral op zoek te zijn naar balans in spreektijd, snelheid en activiteiten.  

Jongeren met de behoefte om mee te denken en praten over problemen willen vooral dat iedereen zijn of haar mening kan delen. In deze context komt herhaaldelijk ter sprake dat een goede begeleiding van de discussie belangrijk is. Zo zegt een deelnemer: 

Het kan dan gebeuren dat er botsingen ontstaan. Mensen hebben hun eigen mening en dat moet kunnen. Ik heb weleens gezien dat mensen niet meer durven in te stappen doordat er geen begeleiding is. Ik kan ook best direct zijn en sommige mensen vinden het dan spannend om wat te zeggen. Daarom moet er wel iemand zijn die iedereen aan het woord laat.”

 

Een andere deelnemer zegt dat hij een “kippenhok gevoel” krijgt van groepsdiscussies.  

“Iedereen praat door elkaar en niemand luistert naar elkaar. Dan heb ik niet het gevoel dat het wat opschiet. Wat ik prettig vind als je in een groep zit is dat het 1-op-1 is. Je wilt wat zeggen, dan loopt iemand met een microfoon naar je toe en luistert de persoon van de organisatie luistert naar je. Daarna mag dan weer iemand anders aan het woord.”

 

Een ander belangrijk aandachtspunt voor de begeleiding van een bijeenkomst is dat de discussies voor jongeren vooral niet te langdradig moeten zijn. Dat kan ertoe leiden dat ze afhaken. Een eerdere ervaring van een deelnemer die een bewonersavond bezocht is veelzeggend. 

“Ik zat laatst bij een bijeenkomst. Daar zaten oudere mensen met de leeftijd van mijn oma, en die kunnen heel lang over één onderwerp doorgaan. Ik denk dan altijd: als je iets hebt gezegd, dan hoef je dat niet nog vijf keer te zeggen. Ik was bij die bijeenkomst toen helemaal afgehaakt en dat vond ik echt zonde van mijn tijd.”

 

In beide focusgroepen wordt dit probleem nadrukkelijk onderschreven.   

Wanneer wordt de discussie voor jongeren te langdradig? Wat opvalt in beide focusgroepen is dat de jongeren heel goed naar elkaar luisteren en elkaar met respect aanvullen of tegenspreken. Ze zijn geïnteresseerd in elkaars standpunten en hoewel ze natuurlijk hun eigen mening delen hoeven ze deze er niet de hele tijd doorheen te drukken. Als andere mensen dat wel doen dan ontstaat er frustratie. Zo zegt een deelnemer: “Veel mensen kunnen langdradig van een onderwerp praten. Of over iets wat niet van toepassing is. Ik heb geen zin om daarnaar te luisteren.” Een discussie structuren aan de hand van een interactieve online survey is daarom ook populair onder de jongeren. “Dan kan iedereen deelnemen aan de discussie, zonder dat iedereen aan het woord moet worden gelaten want dan wordt het langdradig.” Een andere deelnemer stelt voor om in kleine groepen met een vraagstuk aan de slag te gaan zodat het interactief en interessant blijft.

Jongeren willen waardering voelen voor hun bijdrage tijdens én na de bijeenkomst 

De jongeren die deelnemen aan de focusgroepen hebben verschillende drijfveren om naar een burgerparticipatie bijeenkomst te komen. Maar wat ze gemeen hebben is dat de bereidheid om mee te praten afhankelijk is van de waardering voor hun bijdrage. De jongeren benoemen herhaaldelijk dat ze het van belang vinden dat hun bijdrage wordt gewaardeerd en dat ze zich serieus genomen voelen.

Waardering tijdens een bijeenkomst  

Tijdens een bijeenkomst ervaren jongeren dat hun inbreng wordt gewaardeerd als ze aan het woord worden gelaten en als er verdiepende vragen over hun standpunten worden gesteld. Daarnaast werd in beide focusgroepen aangekaart dat ze niet wilden dat de gespreksleider of organisatoren voornamelijk aan het woord zijn, maar vooral zijzelf.  

Het is hierbij wel weer zoeken naar een goede balans, want zoals we eerder zagen kunnen jongeren afhaken als andere deelnemers te veel spreektijd krijgen. Gevraagd naar wat zij een goede balans vindt verwijst een deelnemer naar de manier waarop spreektijd werd verdeeld in de focusgroep. Als een deelnemer naar haar of zijn mening wordt gevraagd dan wordt er vervolgens meestal één of twee keer doorgevraagd om scherp te krijgen wat ze precies bedoelden. De jongeren in de focusgroep reageerden allemaal vrij kort en bondig dus was doorvragen nodig om een helder beeld van hun standpunt te krijgen. Tegelijkertijd was het daardoor niet nodig om ze vroegtijdig af te kappen. Wanneer andere deelnemers aan een bijeenkomst wel lang van stof zijn dan is het vanuit het jongeren perspectief belangrijk om hier scherp op toe te zien.   

Waardering na een bijeenkomst  

Een andere manier om waardering te uiten voor de bijdrage van jongeren is door achteraf een terugkoppeling te geven van wat er is besproken. Dat hoeft voor jongeren niet per se op een heel formele wijze te gebeuren. Het gaan hen juist om een persoonlijk gevoel van erkenning, blijkt uit onderstaande citaten. 

 

“Het zou fijn zijn dat als we na de bijeenkomst te weten zouden komen wat ermee gedaan wordt. Als je uiteindelijk een bevestiging van wat er besproken is krijgt. En dat het wordt meegenomen en dat je ziet dat jouw inbreng daar ook tussen staat. Zodat je kan zien dat het wordt meegenomen.”  

“Ik wil het gevoel hebben dat ze er iets mee zullen doen. Dat je zo’n bijeenkomst een brief krijgt met ‘goh dit hebben jullie laten horen, dit hebben we eruit gehaald, dit vonden mensen belangrijk, hier gaan we mee aan de slag’. Als je zo op de hoogte wordt gehouden van de progressie dan blijf je op de hoogte. Dan voel ik me geneigd de volgende keer weer aanwezig te zijn.”

De bijeenkomsten moeten laagdrempelig zijn 

Gedurende de focusgroepen komt herhaaldelijk naar voren dat jongeren het belangrijk vinden dat burgerparticipatie bijeenkomsten laagdrempelig zijn. Behalve de eerder besproken behoeftes aan duidelijk communicatie en het voorkomen van laagdradige discussies zijn er een aantal overwegingen waar rekening mee gehouden kan worden.  

Allereerst geven veel deelnemers aan om praktische redenen een voorkeur te hebben voor online burgerparticipatie. Zo zegt een deelnemer “online hoef je geen moeite voor te doen, je kan snel inschakelen en bent ook zo weer weg, en dan al thuis.” Sommige jongeren geven aan altijd de voorkeur te hebben voor een online bijeenkomst, ongeacht het onderwerp en het format van de bijeenkomst. Maar er zijn ook jongeren die een bijeenkomst op locatie wel zien zitten, mits het wat toevoegt. Hierbij is het belangrijk om in te spelen op de eerder benoemde behoeften van jongeren om naar een bijeenkomst te komen. Concrete activiteiten die worden genoemd zijn een gezellige borrel of netwerkactiviteit achteraf. Of als de bijeenkomst interactief is op een manier die offline minder goed werkt, zoals met andere omwonenden aan een vraagstuk werken. Een andere overweging om jongeren naar een fysieke bijeenkomst te krijgen is om reiskostenvergoeding te betalen. Voor sommige deelnemers is het een obstakel als ze dit zelf moeten betalen. Zij hebben dan niet het gevoel dat het gewaardeerd wordt dat zij voor de overheid naar een bijeenkomst toekomen.  

Een ander praktisch aandachtpunt is het bieden van voldoende flexibiliteit. Jongeren hebben te maken met flexibele werkuren en schoolroosters die vaak veranderen of onduidelijk zijn. Bovendien moeten studerende jongeren soms onverwachts langer doorwerken aan een opdracht of het voorbereiden van een tentamen. De deelnemers vinden het fijn als er meerdere data zijn waarop ze zich kunnen inschrijven zodat ze zelf kunnen kijken welke dag de voorkeur heeft en ze eventueel nog kunnen wisselen als er onverwachts iets in hun agenda veranderd.

Deel dit artikel

Meer nieuws

Blog

Eerste resultaten van PWE raadpleging met burgerparticipatie over klimaatbeleid in Gelderland zijn binnen

Eerste resultaten van PWE raadpleging met burgerparticipatie over klimaatbeleid in Gelderland zijn binnen

Begin deze maand ging de raadpleging over klimaatbeleid in Gelderland online. Inmiddels zijn de eerste resultaten binnen. Hieronder zullen we er een aantal benoemen. 

Mannen zijn een stuk positiever over zonne-energie dan vrouwen en ouderen zijn positiever over het duurzamer maken van de landbouw dan jongeren. Daarnaast zijn dat het voornamelijk vrouwen die willen inzetten op het minder verspillen van voedsel en op het uitbreiden en beschermen van bossen. Praktisch geschoolden zouden eerder kiezen voor het ondersteunen van duurzame plannen in de bouw in tegenstelling tot hoogopgeleiden. 

Wat verder opvalt is dat mensen met verschillende meningen, toch dezelfde waarden onderschrijven. Tijdens onze raadplegingen kunnen deelnemers niet alleen een advies geven aan de provincie, maar ze kunnen ook argumenten geven voor hun advies. Daarbij zien we dat groep die het volstrekt met elkaar oneens lijken te zijn toch bepaalde waarden en principes delen. Deze gedeelde waarden kunnen de basis vormen voor beleid en voor een gesprek tussen bewoners. Meer resultaten en inzichten zullen we delen na de afronding van het onderzoek. 

Tot nu toe hebben 2.200 inwoners aan de raadpleging meegedaan.

Omroep Gelderland schreef een artikel over ons onderzoek en de eerste resultaten. Het artikel kun je hier vinden: https://www.gld.nl/nieuws/7735942/mannen-willen-liever-zonneparken-dan-vrouwen

Deel dit artikel

Meer nieuws

Blog

MIRT debat 2022: Lisa van Ginneken spreekt over de meerwaarde van PWE ten opzichte van de MKBA

MIRT debat 2022: Lisa van Ginneken spreekt over de meerwaarde van PWE ten opzichte van de MKBA

Een maand geleden spraken wij Kamerlid Lisa van Ginneken over de meerwaarde die PWE kan hebben bij het beoordelen van infrastructuurbeleid ten opzichte van de MKBA.

In het Kamerdebat over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vroeg zij aan minister Harbers hoe PWE zou kunnen worden gebruikt in de beoordeling van MIRT projecten. Minister Harbers zegde toe om hierop terug te komen in het najaar.

De PWE biedt aanvullende informatie omdat effecten van infrastructuurbeleid vanuit een ander perspectief worden gewaardeerd dan in de MKBA. In de MKBA wordt er gekeken naar hoe Nederlanders in hun consumentenkeuzes effecten van infrastructuurbeleid waarderen. Hoe waarderen zij bijvoorbeeld reistijdwinsten en kosten als zij keuzes maken als automobilist? Hoe waarderen zij geluidsoverlast bij het kopen van een huis? In de PWE waarderen we effecten van overheidsbeleid door aan burgers te vragen hoe zij vinden dat de overheid effecten ten opzichte van elkaar moet waarderen. Onderzoek laat zien dat mensen als consument en burger hele andere voorkeuren hebben en dat infrastructuurprojecten anders scoren in een PWE of een MKBA

Ten tweede kan een PWE meerwaarde hebben in debatten over strategische keuzes rond infrastructuurbeleid. In een PWE kunnen burgers nadenken over hoe het mobiliteitssysteem van de toekomst er volgens hen uit zou moeten zien, welke waarden daarin moeten worden geborgd en welke projecten hierbij passen. Dit kan als basis dienen voor een strategische dialoog tussen Kamerleden.

Bekijk hieronder de bijdrage van Lisa van Ginneken over PWE.

Deel dit artikel

Meer nieuws

Blog

PWE raadpleging over klimaatbeleid in Gelderland nu online!

PWE raadpleging over klimaatbeleid in Gelderland nu online!

Het eerste burgerberaad van Gelderland ging vorige week van start. Dit is het derde burgerberaad waar Populytics bij betrokken is. Net als in Gemeente Súdwest-Fryslân en Regio Foodvalley bestaat het burgerberaad uit een combinatie van een grootschalige online raadpleging waaraan alle Gelderlanders kunnen meedoen (het maxi-publiek) en een burgerforum (het mini-publiek).

Bij de online raadpleging krijgen deelnemers onder andere maatregelen uit het Gelders klimaatplan te zien. De deelnemers adviseren vervolgens welke maatregelen provincie Gelderland moet kiezen. Hierbij wordt ook om een motivering van het advies gevraagd.

Aan het einde van de raadpleging vragen we of de deelnemers ook mee willen doen aan het burgerforum. Het forum bestaat uit 150 Gelderlanders en komt in het najaar 4 keer een dag bij elkaar. Het burgerforum wordt begeleid door Moventum en Companen en geeft een advies aan de provincie op basis van de resultaten van de online raadpleging en met kennis en advies van (klimaat)experts die ze zelf mogen uitnodigen.

In de eerste week hebben 1500 Gelderlanders een advies gegeven. Hun beoordeling van de online raadpleging is zeer positief. Het aantal deelnemers is al hoger dan het aantal burgers dat een advies had gegeven aan het Klimaatburgerberaad in Ierland (dit waren er 1200 van de 5 miljoen inwoners). Een belangrijke reden waarom het betrekken van het maxi-publiek een stuk beter werkt dan bij andere burgerberaden is dat we het maxi-publiek betrekken via de PWE-raadplegingsmethode die goed aansluit bij participatiebehoeften van burgers. Lees meer tips over het organiseren van burgerberaden in deze blog.

Deel dit artikel

Blijf up-to-date
Onze nieuwsbrief ontvangen? Vul hier je e-mailadres in.

    Wil je vaker meedoen aan onze onderzoeken?
    Klik dan hier om je in te schrijven.