Artikel

Niet Elke Nee Is NIMBY

Niet Elke Nee Is NIMBY

Nederland is vóór de energietransitie, maar bij concrete projecten ontstaat vaak veel weerstand van omwonenden. Het is verleidelijk om dit zelfzuchtig NIMBY-gedrag te noemen. Maar wat als er voor omwonenden iets fundamentelers op het spel staat?

Je zou het niet denken als je de klimaatsceptici weer eens in het nieuws hoort. Maar wij Nederlanders zijn in grote meerderheid vóór meer klimaatmaatregelen. Vier op de vijf Nederlanders vindt dat de Nederlandse overheid méér zou moeten doen om klimaatverandering tegen te gaan.

Maar dat is in algemene zin. Vanuit een warme woonkamer kan een mens makkelijk vóór meer maatregelen zijn.

Dan de praktijk.

In Hoogwoud is een actiecomité een petitie gestart tegen de komst van een zonnepark. In Ede is de zoektocht naar plekken voor windmolens gestaakt, mede na acties van bewoners. In Nijnsel komt een reactiegroep in verzet tegen een zonneweide. Het aanvragen van een vergunning voor windmolens of zonneparken kan zomaar twee tot drie jaar duren, zeker ook door eventuele bezwaarprocedures.

Op inspraakavonden en bewonersbijeenkomsten kan het er hard aan toegaan. “Waarom is het je levensmissie om mijn leven te verpesten?” vraagt een bewoner aan Leatitia Ouillet die iets komt vertellen over windcoöperaties. (Lees haar treffende column in Energeia.)

Nu de energietransitie concreet wordt volgt de weerstand, laten deze recente voorbeelden zien. In Amsterdam raadpleegden wij vorig jaar inwoners over een plan om 17 windturbines in hun omgeving neer te zetten. Hierin zei één van de deelnemers openhartig: Ik begrijp dat het nodig is, maar er zijn andere plekken waar deze geplaatst kunnen worden. Niet bij de wijken dichtbij.

En dan is het een kwestie van tijd voordat de term NIMBY valt.

Not in my backyard.

Het is een simpele en verleidelijke afkorting – net als het idee erachter. Inwoners staan ergens in algemene zin positief tegenover (bijvoorbeeld windmolens). Totdat ze er daadwerkelijk mee geconfronteerd worden (zeg, een plan om een windmolenpark te bouwen langs het natuurgebied waar ze graag wandelen). Dan zijn ze opeens tegen. Die reactie voelt zelfzuchtig en kortzichtig – en wekt irritatie op bij beleidsmakers en projectontwikkelaars.

Het kan voelen alsof mensen steeds vaker alleen maar aan hun eigenbelang denken. Alleen aan de korte termijn denken. Allemaal onwetend zijn. De noodzaak wegwuiven. En een belangrijke transitie tegenhouden. NIMBY dus.

Alleen: het klopt niet.

Weerstand ontstaat op vele manieren om vele redenen en kent vele vormen. We plakken veel te snel het etiketje ‘NIMBY’ op elk beetje weerstand tegen een plan voor verduurzaming. Maar niet elke nee is NIMBY.

Verre van.

En doen alsof is gevaarlijk. Of op zijn minst contraproductief. Want anders kijken naar weerstand maakt het makkelijker om ermee om te gaan.

De vier gezichten van weerstand

Hoe zit dat? We gaan eerst te rade bij de wetenschap. Onderzoek wijst op vier verschillende types weerstand die inwoners kunnen ervaren bij plannen voor een duurzame technologie, zoals een windmolen of een zonnepark (Wolsink, 2007):

  1. Het plan klopt niet: De inwoner is tegen het plan omdat de voorgestelde uitvoering niet klopt, zonder dat de inwoner de technologie in het algemeen niet accepteert;
  2. De procedure klopt niet: De inwoner heeft in principe een positieve houding tegen het plan, maar door een gebrekkige procedure slaat deze om naar weerstand;
  3. Echte NIMBY: Een inwoner heeft een positieve houding ten opzichte van een technologie om duurzame energie op te wekken, maar is tegen die technologie in diens buurt;
  4. De ik-wil-niets-variant NIABY: Oftewel, not-in-any backyard. De inwoner is tegen de technologie in het algemeen, dus ook in diens eigen buurt.

Als inwoners weerstand voelen op een concreet plan, dan bestaan deze vier types weerstand vaak naast elkaar. Zelfs één individu kan meerdere redenen tegelijkertijd hebben. Zelden nemen initiatiefnemers van een plan – denk aan overheden of projectontwikkelaars – de tijd of moeite om door te vragen bij inwoners die weerstand bieden. De kniepeesreflex is: het zal wel NIMBY zijn.

In een zeldzaam onderzoek waar wetenschappers wél hebben doorgevraagd bleek dat het aandeel NIMBY zeer beperkt was (Sjöberg en Drottz-Sjöberg, 2001). In Zweden kwamen inwoners in verzet tegen een plan om een opslagplaats voor kernenergieafval te bouwen. Slechts 12 procent daarvan was NIMBY-weerstand.

Dat zagen wij laatst ook in een van onze onderzoeken.

In Gelderland hebben we deze zomer ruim 3.000 inwoners gevraagd naar wat zij belangrijk vinden in het provinciale klimaatbeleid. We legden ze onder andere deze stelling voor: ‘Ik vind het belangrijk dat ik zelf zo weinig mogelijk last heb van klimaatmaatregelen.’

Minder dan 20% van de mensen was het hier (zeer) mee eens.

Oftewel, plannen voor verduurzaming roepen weerstand op. Maar eigenbelang is niet de dominante reden. Wat dan wel? Daarvoor moeten we kijken naar de drie andere vormen van weerstand.

En dan blijkt het om iets veel fundamentelers te gaan.

Alles van waarde krijgt weerstand

Naast NIMBY zijn er dus nog drie vormen van weerstand: het plan klopt niet, de procedure klopt niet, en de variant NIABY. De aanleiding verschilt steeds, evenals het onderliggende motief. We lopen ze één voor één af.

‘Het plan klopt niet’

Soms gebeurt het dat een plan een wettelijke of andere feitelijke onvolkomenheid bevat. Een geluidsnorm die wordt overschreden. Een bestemmingsplan dat niet wordt gevolgd. Of soms zijn mensen niet zozeer tegen het plan, maar denken ze een beter idee te hebben. Waarom die windmolens bij een natuurgebied zetten als het ook bij een bedrijventerrein kan?

Nog veel vaker zien we dat hier een fundamentele waarde in het geding is.

Rechtvaardigheid.

In de Nationale Klimaatraadpleging die wij vorig jaar organiseerden met onderzoekers van de TU Delft en de Universiteit Utrecht vroegen we naar de waarden en principes die Nederlanders belangrijk vinden in de energietransitie. Bovenaan de lijst stond (vrij vertaald): ‘Ik ben best bereid om offers te maken, maar niet als de grote bedrijven met rust worden gelaten.’ Het omgekeerde geldt ook: mensen vinden het minder erg dat landeigenaren in Flevoland windmolens in hun buurt krijgen, want die kunnen daar ook financieel van profiteren.

Oftewel, weerstand gaat vaak om de vraag of een plan de lusten en lasten eerlijk verdeelt. (In vaktermen: verdelende rechtvaardigheid.) Dat was precies wat bleek uit onze Nationale Klimaatraadpleging. Inwoners van Nederland gaven vooral mee aan Den Haag dat de lusten en lasten van maatregelen (zichtbaar!) rechtvaardig verdeeld moeten worden.

Belangrijk om te noemen: dat gaat niet alleen om de verdeling van de euro’s.

Zo krijgen omwonenden al financiële compensatie bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld een windmolenpark. Dat is verplicht. Maar bewoners maken een bredere afweging van lusten en lasten dan geld. Want als de stroom van die windmolens in de buurt vervolgens wordt opgeslurpt door een datacenter van een internationaal techbedrijf, dan ontstaan er alsnog gevoelens van onrecht. Ook de verdeling van die lusten is van belang.

‘De procedure klopt niet’

De tweede bron van weerstand is dat de procedure niet klopt. Het Sociaal Cultureel Planbureau voerde vorig jaar een mooi onderzoek uit naar conflicten over verduurzamingsplannen. Daarin concludeerde het: “Omwonenden voelen zich vaak overvallen door de plannen en hebben het idee dat ze voor een voldongen feit worden gesteld. Mensen willen niet alleen geïnformeerd worden, maar ook inspraak kunnen hebben waarmee, voor hun gevoel, daadwerkelijk wat mee [sic] gedaan wordt.”

Dat laatste is belangrijk. Inspraak en participatie moet niet alleen voor de bühne plaatsvinden, maar om écht te luisteren naar inwoners. Dat blijkt in de praktijk geen gegeven. Participatie is te vaak een vinkje dat gezet moet worden. Waarin de uitkomsten het liefst voldoen aan het plan dat er al ligt. Of waarin de belangrijkste keuzes al gemaakt zijn op volledig democratische wijze door een gemeenteraad of Provinciale Staten.

Maar zonder de bewoners.

Neem deze Nederlander die gehoord werd door Alex Brenninkmeijer, voorzitter van de adviescommissie ‘Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid’: “Er zijn inspraakavonden geweest waarin onze zorgen niet serieus werden genomen en het erop neerkwam dat we met gele bolletjes mochten aangeven waar die turbines mochten komen binnen de randvoorwaarden van de gemeente. (…) Tekenen bij het kruisje, en wie niet ja zegt is een NIMBY in dit proces.”

Hier speelt veel meer dan onwil en onkunde. Meer dan eigenbelang. Als burgers een gebrek aan eerlijke besluitvorming voelen, dan leidt dat tot – soms heftige – gevoelens van onrechtvaardigheid. Daar kunnen we ons allemaal wat bij voorstellen. De spelregels moeten eerlijk zijn. Dat is bepaald geen egoïsme.

‘De variant NIABY’

En dan hebben we nog de ik-wil-niets-variant NIABY, not in any backyard. De inwoner is tegen de technologie in het algemeen. Geen windmolens, punt. Geen zonneparken, punt. Geen kernenergie, punt. Is dat niet zelfzuchtig als de energietransitie te traag verloopt en klimaatverandering zich steeds heftiger laat voelen?

Ook. In sommige gevallen zeker. Maar in onze gesprekken met inwoners zien wij dieperliggende motieven.

Bij ons onderzoek in Amsterdam naar de 17 windmolens hoorden we bijvoorbeeld dat mensen de molens niet bij hen in de buurt wilden hebben. Maar ze wilden de molens óók niet aan de randen van de gemeente plaatsen, omdat dan inwoners van een andere gemeente er last van zouden hebben. In de Groningse Veenkoloniën hoorden we hetzelfde. Daar gaven mensen bovendien aan dat windmolens vooral niet bij mensen met lage inkomens geplaatst moeten worden. De reden was dat zij vaak niet goed in staat zijn te participeren en hun stem te laten horen.

Met andere woorden, het onderliggende motief is solidariteit.

Mensen zijn tegen de technologie (geworden), omdat ze het niet rechtvaardig vinden dat mensen met overlast zouden moeten zitten. Niemand niet. Dáár zit een solidariteitsprincipe. Dat betekent niet dat ze tegen alle klimaatmaatregelen in het algemeen zijn. En uiteindelijk niet eens per se tegen de technologie – maar dan moeten eerst andere opties onderzocht zijn die minder hinder geven.

Alles van waarde krijgt weerstand

Zo wordt het steeds duidelijker waar weerstand vandaan komt. Het gaat om een inbreuk op waarden zoals rechtvaardigheid en solidariteit. Dat maakt wat los. Uiteraard.

Het verklaart deels waarom weerstand zo fel kan zijn. Waarom bewonersavonden zo bol staan van emoties. Tot slot moeten we nog stilstaan bij de multiplier van al deze turbulentie. De wind die het vuur aanwakkert.

Je komt aan de leefomgeving van mensen.

Plannen voor schone energie kunnen voor omwonenden een significante verandering van hun leefomgeving betekenen. Dat is voor veel mensen meer dan alleen een kwestie van een ander uitzicht. Een spiegelpaleis van zonnepanelen in plaats van een grassig weiland. Een paar windmolens tussen de rijen ijle populieren.

Wij mensen hebben namelijk de neiging om onszelf te hechten aan onze leefomgeving. Die hechting bestaat uit positieve, emotionele verbintenissen met bekende locaties zoals ons (t)huis en onze buurt (Devine-Wright, 2009). Onze leefomgeving kan daarbovenop echt een onderdeel zijn van onze identiteit. We kunnen met trots verkondigen dat we Amsterdammer zijn of Achterhoeker. Het wekt dan ook geen verbazing dat hun leefomgeving het onderwerp is waar inwoners vaak het liefste over meepraten.

Een windmolen (of in mindere mate een zonnepark) raakt aan de leefomgeving, aan de plek waar mensen aan gehecht zijn, en die vaak onderdeel is van hun identiteit. Diens instinctieve reactie is om dat te vuur en te zwaard te verdedigen. Dat is een hele andere manier om naar weerstand te kijken.

Weerstand is het beschermen van dat wat je liefhebt – van dat wat je waardevol vindt.

Populytics - Niet Elke Nee Is NIMBY (november 2022)

NIMBY – een rauw, gevaarlijk etiket

Kortom, als we doorgraven op de waarden onder weerstand, dan komen we uit op fundamentele principes zoals rechtvaardigheid, solidariteit en identiteit. Bepaald niet de zelfzuchtige, onwetende of platte weerstand die we ‘NIMBY’ zijn gaan noemen.

Het is ook nogal wat om te veronderstellen. Als we goed nadenken wat ‘NIMBY’ betekent, dan is het een cru, rauw etiket om op iemand te plakken. Een beschuldiging bijna. Niet een term om licht te gebruiken.

Echte, pure, klassieke NIMBY betekent namelijk dat de buren van nummer 10 vóór windmolens zijn (of een andere duurzaamheidstechnologie), alleen niet bij hen in de buurt. Deze NIMBY-Nederlanders vinden dat we wel wat moeten doen, maar dat iemand anders de lasten mag dragen. Dat is feitelijk nog erger dan tegen windmolens in het algemeen zijn. De ik-zeg-altijd-nee-Nederlander wil gewoon niets. Voor niemand. De NIMBY-Nederlander wil het wel, maar denkt vooral aan zichzelf. Het is een middelvinger naar de rest van Nederland.

Zoals we eerder zagen, er zijn heel weinig Nederlanders die echt zo denken. Het percentage NIMBY-weerstand is klein. Daarmee is het objectief onjuist om elke vorm van weerstand op NIMBY af te schuiven – al is het zelfs maar intern bij de beleidsvergadering. Voor 80% tot 90% van de bewoners is het niet waar.

Daarbovenop: het is gevaarlijk.

Het NIMBY-frame is bij uitstek contraproductief. Het vergroot de weerstand, of kan deze zelfs veroorzaken. Stel je voor hoe het is om als inwoner in het verweer te komen tegen een plan vanuit het idee dat we in een rechtvaardige maatschappij leven. Om vervolgens weggezet te worden als zelfzuchtig. Juist het ondoordacht bestempelen van weerstand als NIMBY werkt averechts.

En dat is geen nieuw inzicht.

“Het idee dat weerstand voortkomt uit egoïstische NIMBY-achtige motieven is een factor die een grote last is geworden in het omgaan met kritische houdingen,” schreef Maarten Wolsink, een van de bekendste weerstandsonderzoekers van Nederland.

Hij deed dat in 2007. Vijftien jaar geleden.

Gelukkig is er wat aan te doen

Er zijn vele mogelijkheden om met weerstand om te gaan. Zonder dat we de bouw van windmolens vanuit het torentje verordonneren.

Dat begint – heel soft – met begrip voor de andere vormen van weerstand. Tegen elk plan voor windmolens of zonneparken in het algemeen zijn (‘NIABY’) klinkt aan de oppervlakte nodeloos onconstructief. Maar weet dat hier vaak waarden spelen als rechtvaardigheid, solidariteit en identiteit.

De tweede stap is inwoners die geraakt worden door een duurzaamheidsproject echt en goed te betrekken – precies wat het SCP al zei. Dat betekent: inspraak waar daadwerkelijk wat mee gedaan wordt. Inspraak met als doel daadwerkelijk iets te leren. Inspraak waarvan de uitkomsten niet vooraf al vaststaan.

In een (nog niet gepubliceerd) onderzoek dat wij hebben uitgevoerd in de gemeente Vijfheerenlanden vroegen wij inwoners welke eisen de gemeente moet stellen aan de bouw van windmolens. Ze konden onder andere kiezen uit strengere eisen voor geluid, bescherming van het landschap en financiële compensatie. Met stip bovenaan stond echter: zorg dat omwonenden kunnen meebeslissen over de bouw van windturbines.

Juist omdat Nederlanders in het algemeen zo positief staan tegenover klimaatmaatregelen is het wellicht makkelijk voor beleidsmakers en projectontwikkelaars om dat te vergeten.

Tegelijkertijd zijn er terechte vragen om te stellen, want overheden doen er van alles aan om burgers inspraak te geven. Wat zit hierachter? Hebben omwonenden het gevoel dat ze niet mogen meebeslissen? Zijn de mogelijkheden er wel, maar weten ze deze niet te vinden? En wat verstaan ze onder ‘meebeslissen’? Waarover?

Een rijke tijd voor de democratie

We leven in een rijke tijd waarin innovatieve vormen voor participatie opkomen, zoals burgerberaden of de methode die we als Populytics hebben uitgevonden, de participatieve waarde-evaluatie. Methodes waarin iedereen de kans krijgt mee te denken.

Werkt dat echt?

Ja.

We zien dat in de praktijk en we zien het in de wetenschap. In een meta-studie van wetenschappers over participatie in windprojecten onder Amerikaanse inwoners (Hoen et al, 2019) blijkt dat de mogelijkheid voor inwoners om de uitkomsten van het project te beïnvloeden (bijvoorbeeld het aantal windmolens of de locatie ervan) in belangrijke mate gecorreleerd is met hun houding tegenover het project. Weinig mogelijkheden is negatiever, veel mogelijkheden is positiever.

Ook blijkt het belang dat omwonenden de belangrijke stakeholders – betrokken overheden en de projectontwikkelaars – ervaren als open, inclusief, eerlijk en betrouwbaar. Zo ja, dan zijn er minder conflicten en hebben omwonenden een positievere houding tegenover het project. Het controleren en beperken van de beschikbare informatie is een belangrijk voorbeeld die juist een negatieve houding in de hand werkt.

Onze ervaring leert dat het helpt om inwoners een simpele vraag te stellen: wanneer is de procedure voor jou eerlijk? We horen vaak dat burgers willen dat alternatieven voor windmolens die tot minder overlast zorgen op een deugdelijke manier zijn onderzocht. En dat men het belangrijk vindt dat er goed is nagedacht over een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Is er bijvoorbeeld wel goed nagedacht over hoe de mensen die extra overlast zullen ervaren kunnen worden gecompenseerd? Goed communiceren en informeren over wat er met de input van burgers gebeurd is hierbij van levensbelang.

Uiteindelijk is de kern om inwoners die geraakt worden door een duurzaamheidsproject in een zorgvuldig participatieproces mee te laten denken over een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten.

Er zijn geen garanties.

We weten dat als inwoners het proces hebben ervaren als eerlijk dat het veel waarschijnlijker is dat ze de uitkomsten in ieder geval niet als onrechtvaardig ervaren. Ook al zijn niet al hun zorgen weggenomen en zijn ze niet tevreden met de uitkomst. En andersom, een oneerlijk proces kan ervoor zorgen dat inwoners die in principe positief staan tegenover het plan toch weerstand gaan voelen. Burgers die al twijfels hadden zullen het plan onrechtvaardig vinden en zij zullen in de weerstand schieten.

Goede participatie is geen garantie dat alle weerstand verdwijnt. Maar slechte participatie is bijna een garantie voor het veroorzaken ervan.

Uiteindelijk zullen er altijd mensen zijn die gewoon niet willen. Zelfs daar kan begrip op zijn plaats zijn. Als je al jaren wacht op een passende woning, dan is het niet kwalijk dat je liever woningen ziet dan windmolens. Goede participatie zorgt er niet voor dat iedereen warmloopt voor windmolens en zonneparken. Maar meestal verdwijnt de extreme weerstand.

De meeste Nederlanders willen echt meer klimaatmaatregelen. Maar concrete plannen grijpen diep in op de persoonlijke levenssfeer van mensen. Het kan raken aan hun identiteit. Dan willen ze ook wat te zeggen hebben over de uitvoering.

En dat is eigenlijk niet meer dan rechtvaardig en solidair.

Bronnen

Adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid (2021). Betrokken bij klimaat. Burgerfora aanbevolen

Devine-Wright, P. (2009). Rethinking NIMBYism: The Role of Place Attachment and Place Identity in Explaining Place-protective Action. J. Community Appl. Soc. Psychol., 19: 426–441

Hoen, B., Firestone., J., et al. (2019). Attitudes of U.S. Wind Turbine Neighbors: Analysis of a Nationwide Survey. Energy Policy 134.

Mouter, N., et al. (2021). Brede steun voor ambitieus klimaatbeleid als aan vier voorwaarden voldaan is

Sjöberg L., Drottz-Sjöberg B. (2001). Fairness, risk and risk tolerance in the siting of a nuclear waste repository. JRisk Res 4 (pp. 75–101)

Sociaal Cultureel Planbureau (2021). Barstjes in de lokale gemeenschap – Conflicten over verduurzamingsplannen in de leefomgeving

Wolsink, M. (2000). Wind power and the NIMBY-myth: institutional capacity and the limited significance of public support. Renewable Energy, Volume 21, Issue 1, 1 September 2000, Pages 49-64

Wolsink, M. (2006). Invalid theory impedes our understanding: a critique on the persistence of the language of NIMBY. Transactions of the Institute of British Geographers. Volume 31, Issue1, pp. 85-91

Wolsink, M. (2007). Wind power implementation: The nature of public attitudes: Equity and fairness instead of ‘backyard motives’. Renewable and Sustainable Energy Reviews 11 (pp 1188–1207)

Deel dit artikel

“Ik begrijp dat het nodig is, maar er zijn andere plekken waar deze geplaatst kunnen worden. Niet bij de wijken dichtbij.”

Inwoner van de gemeente Amsterdam in een onderzoek naar de plaatsing van 17 windturbines

“Er zijn inspraakavonden geweest waarin onze zorgen niet serieus werden genomen en het erop neerkwam dat we met gele bolletjes mochten aangeven waar die turbines mochten komen binnen de randvoorwaarden van de gemeente. (…) Tekenen bij het kruisje, en wie niet ja zegt is een NIMBY in dit proces.”

Inwoner die gehoord werd door Alex Brenninkmeijer, voorzitter van de adviescommissie ‘Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid’

“Het idee dat weerstand voortkomt uit egoïstische NIMBY-achtige motieven is een factor die een grote last is geworden in het omgaan met kritische houdingen.”

Maarten Wolsink, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam

“Weerstand is het beschermen van dat wat je liefhebt – van dat wat je waardevol vindt.”

Blijf up-to-date